vrijdag 26 april 2019

Gevaar op watertekort nog groter dan vorige zomer

Gaan we deze zomer net zoals de voorbije zomers een potentieel probleem kennen met de drinkwatervoorziening? De kans is reëel, vooral als het de komende maanden niet flink regent. Er zou nog zo'n 180 mm regen moeten vallen om het opgebouwde tekort weg te werken. En dat op korte termijn want eens het warm zomerweer zou worden end at voor langere tijd, worden de waterreserves enkel maar meer en meer aangesproken. Om voordien dat tekort grotendeels weg te werken zouden mei en juni nat moeten verlopen en zou er elke maand een slordige 100 mm moeten vallen, grotendeels onder de vorm van actieve regenzones, niet onder de vorm van buien welke te lokaal en te hevig zijn waarbij het regenwater onvoldoende de grond insijpelt.
   
Wanneer we de onderstaande grafiek bekijken, zien we dat tijdens de zomermaanden traditioneel onze waterreserves worden aangeboord en er na de zomer een tekort ontstaat. Dat tekort wordt tijdens het winterhalfjaar normaalgezien weggewerkt omdat het nu eenmaal gemiddeld gezien in de winter meer (gezapig) regent dan in de zomer (in de zomer bestaat een groot deel van de neerslag dan nog eens uit buien dat niet efficiënt is voor de grondinspijpeling). De zomer van 2017 was reeds droog waarbij in de herfst sprake was van een tekort van ca. 150 mm. Gelukkig werd dat de winter erna weggewerkt met een overschot uiteindelijk tot zo'n 80 mm. Desalniettemin werd het een droge lente en vooral zomer en dook het tekort de dieperik in met in de herfst van vorig van maar liefst 350 mm. Dit tekort is afgelopen winter slechts gedeeltelijk weggewerkt met dus actueel nog steeds een tekort van zo'n 180 mm. 

bron: De afspraak/VRT 25/4/2019

Concreet wil dat zeggen dat we de lente en zomer aanvangen met een nog veel grotere handicap dan vorige zomer, dus wanneer het scenario van afgelopen zomer zich herhaalt hebben we een veel groter probleem dan toen.

De kans dat we die extra 180 mm regen krijgen de komende paar maanden is niet zo groot. Daarvoor zou het circulatiepatroon in de atmosfeer boven onze streken drastisch moeten wijzigen en zouden we maanden lang een zonaal regime moeten krijgen waarbij de ene na de andere neerslagzone over onze streken zou moeten trekken. Dat is sowieso de eerst komende 2 weken niet het geval, integendeel. Dit weekend vallen er misschien wel regelmatig buien, maar we spreken dan over een gemiddelde van zo'n 15 mm dat zou vallen. En daarna blijven de neerslaghoeveelheden aan de lage kant, om niet te spreken van een redelijk droge periode dat aanbreekt na komend weekend. Op die manier zal het dus zeker niet lukken en dreigt het actuele tekort eerder te worden aangesterkt in plaats van weggewerkt!

dinsdag 9 april 2019

Late winterprik?

Een storing slentert vandaag nog over ons land en vormt zowat de grens tussen de relatief zachte lucht bezuiden ons land en de veel koudere polaire landlucht benoorden de storing. 

De komende dagen zakt een hogedrukgebied af van de Noorse Zeer richting Scandinavië om daar dan te stagneren en verder aan te zwellen. In het uitgestrekte hogedrukgebied zit een portie koude polaire lucht gevangen welke op het einde van de week in beweging komt en ons land later op woensdag en de dagen daarna bereikt. In vergelijking met vandaag zal het kwik op enige hoogte (850 hPa vlak) bijna 15 graden dalen tegen zaterdag!

Eenzelfde situatie in januari betekende een forse koudegolf. Maar ook nu, in april, zullen we het merken. Woensdagnacht kan het onder de opklaringen afkoelen tot dicht bij het vriespunt in Vlaanderen. Aan de grond vriest het op de meeste plaatsen. Overdag staat er donderdag een schrale noordoostenwind en wordt het amper 10 graden. Wanneer we vrijdag nog dieper in de koude lucht belanden moeten we het stellen met amper 8 graden, een veel te lage temperatuur dat nog eens geaccentueerd wordt door een koude noordoostenwind. Zaterdagochtend vriest het op veel plaatsen licht, absoluut geen goed nieuws voor de fruitbloesems! Zaterdag wordt de koudste dag met maxima niet veel hoger dan 7 graden. Er is bovendien weinig zon en er kan al eens een spatje vallen. In de Ardennen is dat wat smeltende sneeuw. Ook dan staat er nog een kille noordnoordooster. Zondagochtend vriest het alweer licht op diverse plaatsen en moeten we het overdag stellen met zo'n 8 graden. 

Begin volgende week is het ergste voorbij en klimt het kwik weer gestaag om maandag bij zo'n 12 graden, en dinsdag zelfs bij zo'n 16 graden uit te komen. De dagen daarna wordt het zelfs nog warmer en wordt het een graad of 18. Het blijft daarna overwegend droog met af en toe wat zon zodat we op een week tijd van een late winterprikje naar een lenteweer evolueren. De weerspreuk "april doet wat ie wil" is dit jaar in elk geval van toepassing.