zaterdag 24 maart 2012

Zeebries...typisch lenteverschijnsel

De zon schijnt, het kwik klimt richting 20° en voor velen is dit het signaal om richting kust te trekken. Geen probleem, maar in de lente kan dit toch dik tegenvallen. Verschillende adders bevinden zich echter onder het gras deze periode van het jaar.

Hét verschil met de zomer is dat nu het zeewater nog koud is. Het duurt immers enkele maanden voordat het oppervlaktewater van de zee door de zon goed en wel is opgewarmd. Het oppervlaktewater van de zeegebieden bij onze kusten bedraagt actueel amper 7°. Dit terwijl door de zon het land reeds makkelijk opwarmt tot 20°! Er ontstaat dus tussen de scherpe grens land/water een enorm temperatuursverschil en dit vertaalt zich in een zeebries effect/circulatie.

Veelal wordt dit effect verklaard door stijgende luchtbewegingen boven het land (warme lucht stijgt immers want is lichter dan koude lucht) waardoor dan een circulatie zou tot stand komen met aan de grond een wind van over zee richting land. Echter is deze benadering niet geheel correct. De zeebries circulatie is slechts onrechtstreeks gekoppeld aan het thermische contrast tussen water en land. Dit effect wordt hieronder weergegeven.

Overdag warmt het land veel sterker op dan het zeeoppervlak. Daardoor zet de lucht uit over land (warme lucht zet altijd uit), waardoor de densiteit verlaagd. Op die manier worden de luchtdrukvlakken verder uit elkaar geduwd boven land in vergelijking met boven zee waardoor een relatief hoge luchtdruk ontstaat in de hoogte boven land. Aan de grond is het net andersom en is de luchtdruk relatief laag over land t.o.v de naburige zee. Aangezien de lucht neiging heeft te stromen van hoge druk naar de lage druk (compensatieeffect richting een drukevenwicht) zal er dus een circulatie ontstaan van land zee naar land onderin en omgekeerd bovenin, zoals op de schets is weergegeven.

Hieronder is nogmaals dit effect weergegeven in functie van de tijd:

Iets technischer kan de zeebries ook worden verklaard door de zgn. 'solenoïden'. Dit zijn circulaties welke ontstaat wanneer de drukniveau's en densiteitniveau's niet samenvallen, wat het geval is bij een sterk verschil tussen de temperatuur over zee en over land. Dit is hiernaast goed te zien, er ontstaan als het ware vlakken (grijs) tussen de kruisende vlakken. In het geval van een zeebries zal er een circulatie (vorticiteit) ontstaan in wijzerzin met dus aan de grond een aanlandige stroming (zeebries).

Eens deze zeebries wordt ingezet zien we de wind dan ook krimpen van oost/oostnoordoost naar een meer noordelijke richting, tot wanneer de lucht van over zee afkomstig is. Deze lucht is veel koeler dan de lucht over zee (welke door het koele zeewater koel is) en dus zal bij de invallende zeebries in een al dan niet brede kuststrook het kwik abrupt dalen. Dit kan makkelijk enkele graden zijn op een uur tijd! De aanwakkerende wind zorgt voor een extra koudegevoel.

In de (vroege) lente is het dan perfect mogelijk dat landinwaarts men in korte mouwen kan wandelen, terwijl men het aan zee zonder pullover niet kan stellen. Bijkomend probleem is het gevaar voor zeemist, ook wel 'zeevlam' genoemd. Wanneer warme lucht over het veel koudere zeewater stroomt zal deze lucht snel afkoelen tot het condensatiepunt. Maw, de aanwezige waterdamp in de lucht wordt omgezet in waterdruppeltjes en er ontstaat dus mist, soms dichte mist. Normaal bevindt deze 'zeemist' zich veilig over water, maar wanneer een zeebries opsteekt is er kans dat deze zeemist tot over land wordt gevoerd. Eens verderop over land verdampt de mist snel en is de hemel weer vrijwel helder. In het slechtste geval is het landinwaarts dus zonnig weer bij 20°, en vlak aan zee kil, grijs en mistig bij 8°. Door de zeebries...

Een fenomeen wat soms ook wel voorkomt is dat er even landinwaarts een strook ontstaat van stapelwolken. Vlak aan zee en verder het binnenland in is deze stapelbewolking afwezig. Deze wolken ontstaat in de opgaande tak van de zeebriescirculatie (vbij het zgn. zeebriesfront) zoals hiernaast is weergegeven.

Tenslotte voor de volledigheid melden dat 's nachts het omgekeerde van een zeebries kan ontstaan: de landbries, maar dat is minder van belang.

Een factor die de zeebries tegenwerken, ook al zijn de temperatuurcontrasten groot, is en achtergrondstroming zoals dat noemt, of gewoon de wind die waait. Is deze wind tegengesteld aan de dreigende zeebries (dus duidelijk aflanding) en sterk genoeg, dan kan deze wind de invallende zeebries tegenhouden en geniet men ook aan zee van warm en mooi weer. Dus ideaal zijn dagen met een goed voelbare oostelijke tot zuidoostelijke wind. Warme windluwe dagen in de lente zijn echter zeer risicovol voor de zeebries...

De komende dagen blijven gevoelig voor een zeebrieseffect want de zon schijnt uitbundig en de temperatuurcontrasten tussen het zeewater en het binnenland lopen sterk op.

1 opmerking: