zaterdag 21 mei 2011

droogte houdt aan !

In elke weekbespreking moet ik het al maanden lang herhalen: een zonale stroming blijft uit op de Europese weerkaarten...

Laten we eerst nog eens herhalen wat een zonaal regime inhoudt. Een zonaal regime is een circulatiepatroon waarbij de stroming in de hoogte (neem als referentie het 500 hPa vlak) mooi van west naar oost waait , evenwijdig aan de breedtegraden. Deze stroming is een rechtstreeks gevolg van het temperatuurverschil tussen poolgebieden en evenaar en hierdoor ontwikkelen zich dan weer verticale circulatiecellen omheen de aarde.

Met dank aan de Corioliskracht ontwikkelt zich tussen de polaire cel en de Ferrel cel nabij de 60ste breedtegraad een westelijke stroming in de hoogte. Dit is een klimatologisch gegeven omdat ook de oorzaak van deze stroming (het thermisch contrast tussen pool en evenaar) een klimatologisch feit is. Aangezien de fauna en flora zich uiteraard aan deze klimatologische gegevens hebben gelinkt, is het maar beter dat aan dit rigide regime niet veel wordt gesleuteld....

Grote langdurige overstromingen en langdurige droogtes zijn rechtstreeks te koppelen met anomalieën in dit circulatiepatroon. Voor West-Europa garandeert een westelijk (zonaal) regime de aanvoer van vochtige zeelucht waarin regelmatige actieve neerslagzones het continent binnenkomen en zodoende voor een neerslaghoeveelheid zorgen waaraan de natuur zich heeft aangepast.

Binnen het klimatologische plaatje passen ook periodes waarin de stroming niet zo strak zonaal is over onze gebieden. De westelijke stroming heeft immers van nature uit de neiging wat te golven zodat perioden met depressieactiviteit en regen worden afgewisseld met perioden van hogedrukgebieden en dus droger weer. Dat typeert net ons wisselvallige klimaat met ups en downs...

Het is zelfs niet abnormaal dat deze (golvende) westelijke stroming even blokkeert. In dat geval golft de stroming zo sterk dat westelijke stroming lokaal volledig verdwijnt. In dat geval ontwikkelt zich nabij dat gebied een bijna stationair hogedrukgebied (ook in de hoogte) waarbij de circulatie lokaal dagenlang kan wijzigen. In de plaats van de ons vertrouwde (zuid)westelijke winden krijgen we dan winden uit zuid, noord of gewoon oost, dus tegengesteld aan de klassieke windrichting). Echte Atlantische storingen bereiken ons dan niet en veelal is het dan ook grotendeels droog. In de zomer kunnen dan wel onweersbuien over land ontstaan maar deze geven in regel enkel lokaal (te veel) regen en zorgen niet voor een goede bewatering van de natuur over grote gebieden.

De graad van zonaliteit wordt gemeten aan de hand van de zgn. North Atlantic Oscillation. Deze index meet op 500 hPa het geopotentiaal verschil (zeg maar luchtdrukverschil) tussen de regio nabij IJsland en het Azorengebied. In een klassieke westcirculatie is er immers duidelijk sprake van de aanwezigheid van het Azorenhoog (dus hoge luchtdruk bij de Azoren) en van een IJslandlaag (lage luchdruk nabij Groenland en IJsland). Hoe groter nu het verschil tussen beide gebieden, hoe sterker de afwijking tov het klimatologische gemiddelde. Een positieve NAO duidt op verlaagde druk bij IJsland of verhoogde druk bij de Azoren (of beide) en dus een verstrekte zonale (westelijke) hoogtestroming.

En daaraan gekoppeld dus de aanwezigheid van neerslagzones welke met deze westcirculatie van west naar oost richting Europese vasteland worden gevoerd. Bij een negatieve NAO is het drukverschil tussen beide regio's atypisch en is de westelijke hoogtestroming verzwakt. Is de NAO erg negatief, dan duidt dit op een blokkering van het systeem over de Noord-Atlantische Oceaan.

Bekijken we de NAO van de laatste maanden, dan is duidelijk een algemene positieve trend zichtbaar, welke niet meteen te vereenzelvigen is met de droogte over delen van Europa. Reden hiervoor is dat de drukanomalie de voorbije maanden vooral gesitueerd was nabij het continent zelf en niet zozeer ten westen van Europa op de Oceaan. Maw, de blokkade was gesitueerd over Europa en werd dus niet meegepikt in het algoritme van de NAO index. Op de Oceaan was de stroming dan ook vaak zonaal en was er zogezegd niks aan de hand. In de zomer van 1976 met de legendarische hittegolven en extreme droogte was de NAO overigens ook dik positief, zoals uit onderstaande grafiek moet blijken.

Dit komt nog meer naar voor uit de reanalyse op 500 hPa van de geopotentiaal anomalie, op onderstaande kaart voor de periode maart t.e.m mei 1976...


Hier zien we duidelijk een negatieve anomalie bij IJsland en positieve anomalie bij de Azoren, dit zorgde dus automatisch voor een positieve NAO en dus een zogezegd zonaal regime over Europa. Niks was echter minder waar want de zonale stroming werd vlak voor het continent naar het noorden afgebogen en dus was er sprake van een persistente blokkade over West-Europa. Regenzones konden dus ons land, en de buurlanden, niet bereiken. Interessant om ook eens de anomalie te bekijken deze lente sinds begin maart. Dit is hieronder weergegeven. Opvallend hier is de gelijkenis met een duidelijke negatieve afwijking bij Groenland/IJsland en nu is de positieve afwijking over onze streken nog veel meer uitgesproken.


Hoe een klassiek patroon er zou moeten uitzien in de beschouwd periode sinds begin maart (gemiddeld) laat onderstaande afbeelding zien...

We zien een mooi zonaal regime met een uitzakking (hoogtetrog) over West-Europa. Dit jaar zag het gemiddelde stromingspatroon er als volgt uit....

De hoogtetrog bij Canada is in deze situatie een stuk opgeschoven naar het oosten en als reactie hiervan zien we een hoogterug over West-Europa. Aangezien dit een uitmiddeling is van 2.5 maand, moeten we de afgetekende rug toch beschouwen als bijzonder duidelijk aanwezig en persistent. De gevolgen hiervan zijn meteen zichtbaar op de gemiddelde precipitation rate anomalie kaart hieronder, waarbij over West-Europa een negatieve anomalie te zien is sinds begin maart tot -1.5 à 2 mm/dag. Ter vergelijking, in dezelfde periode in 1976 was deze negatieve afwijking duidelijk minder uitgesproken (2de kaart hieronder)De bovenstaande gegevens zijn afkomstig van re-analyese uit modeldata. Maar ook de waargenomen gegevens op de klassieke manier geven dit aan, o.a de grafiek hierna, waar het gecumuleerde neerslagtekort voor Ukkel wordt afgebeeld. Het gecumuleerde neerslagtekort sinds eind februari is al opgelopen tot meer dan 100 mm. Actueel regende het in Ukkel in mei al een kleine 5.9 mm terwijl dit in een normale meimaand 66.5 mm. Als de modelverwachtingen juist zijn, en er dus nauwelijks regen van betekenis zal vallen tot eind deze maand, dan zal het gecumuleerde tekort oplopen richting 130 mm op 3 maanden tijd, wat enorm is uiteraard!

Hieronder ter illustratie het deficietkaartje voor Europa sinds februari. De droogte (met over grote gebieden minder dan de helft neerslag als normaal) is algemeen over Europa, behalve voor regio's in het zuiden van Europa.
De afwijking valt ook af te lezen uit de grafiek van het KNMI voor De Bilt. Hieruit blijkt ook dat de situatie erger is dan in 1976 (rode lijn).

Onderstaand een kort fragment over de situatie in de lente/zomer van 1976....



Hoe moet het nu verder. Wel, zoals reeds aangegeven lijkt een zonaal regime niet meteen in te vallen. Ook de ensemble verwachting van het Amerikaanse model GFS (hieronder) als de EPS van het Europese model ECMWF geven aanhoudend weinig neerslag...


In zoverre dit al niet het geval is, moeten we meer dan ooit beginnen rekening houden mer ernstige problemen voor de natuur en de drinkwater voorziening, zeker als deze situatie niet binnen 1 en enkele weken terugkeert naar een normaal regime...

1 opmerking:

  1. Heeft deze huidige situatie ook te maken met afwijkende zeewatertemperaturen van de Oceanen en de positie van de ITCZ?

    Als deze situatie niet terugkeert naar een normaal regime, kunnen we dan echt voedselschaarste en drinkwatertekorten verwachten waarbij er geen druppel water meer uit de kraan komt?

    BeantwoordenVerwijderen